Welke norm heeft jullie werkkleding nodig?

Werkkleding valt onder een norm zodra hij mensen moet beschermen. Twee normen komen bij ons het vaakst langs: EN ISO 20471 voor zichtbaarheid en EN ISO 20345 voor veiligheidsschoenen. Hieronder wat de klassen betekenen en waar het in de praktijk misgaat.

EN ISO 20471: gezien worden

Deze norm gaat over kleding die je zichtbaar maakt bij weinig licht. De klasse hangt af van hoeveel fluorescerend en reflecterend materiaal een kledingstuk heeft, en dus ook van de vorm en de maat van het kledingstuk.

  • Klasse 1 is de laagste, bijvoorbeeld een broek of een smalle bodywarmer.
  • Klasse 2 zit vaak op hesjes en shirts.
  • Klasse 3 is de hoogste en vereist meestal een combinatie met lange mouwen, zoals een jas.

Werkt iemand langs de weg of tussen rijdend materieel, dan geldt in de regel de hoogste klasse. Let op twee dingen. Een hesje over een gewone jas telt alleen als die combinatie samen is gekeurd. En reflectie slijt: na genoeg wasbeurten wordt de band grauw en kaatst hij nauwelijks nog licht terug, terwijl op het label nog klasse 3 staat.

EN ISO 20345: veiligheidsschoenen

Deze norm draait om de beschermende neus, die tegen een slag van 200 joule moet kunnen. Daarboven komen de aanduidingen die je op de schoen ziet staan.

  • S1 heeft een gesloten hielgedeelte, is antistatisch en absorbeert schokken in de hiel.
  • S2 is daarnaast waterafstotend aan de bovenkant.
  • S3 heeft ook een doorstapbescherming in de zool en een geprofileerde zool.

De keuze volgt uit de werkplek: binnen op een droge vloer is S1 vaak genoeg, op een bouwplaats met spijkers en water is S3 de standaard.

Hoe wij dit in de praktijk aanpakken

Bij een controle kijken wij naar wat mensen echt aanhebben, niet naar wat er op de inkooplijst stond. Dat is meestal het snelste moment van de waarheid: leg een oude jas naast een nieuwe en zet er in het donker een zaklamp op. Het verschil zie je meteen.

Meer over de kleding zelf staat op onze pagina’s over veiligheidskleding en voet- en beenbescherming. Twijfel je of jullie kleding nog aan de norm voldoet, dan kijken wij mee.

Bronnen

logo Dirksen Bedrijfskleding

Een werkdag in het leven van onze Commercieel Medewerker Binnendienst

De start: overzicht creëren

Op jouw plek open jij Outlook, KMS en CRM. Terwijl jij door jouw inbox scrolt, zie jij precies wat jij vandaag te doen staat: een paar klantvragen over maatruiling of logo advies, een nieuwe offerteaanvraag voor uitbreiding van bovenkleding van een grote overheidsklant en een klacht die gisteren laat binnenkwam. Niets wat jij afschrikt, juist waar jij het verschil maakt.

Jij begint met de offerte. Jij kent de klant, hun voorkeuren, hun volumes. Terwijl jij de opties langsloopt, denk jij mee: wat past echt? Jij merkt een kans op voor een passende extra polo met lange mouwen en verwerkt die subtiel in de prijsopbouw. Dit soort commerciële scherpte voelt voor jou bijna automatisch.

De eerste klantcontacten

Niet veel later gaat de telefoon. Een klant wil weten waarom een levering later lijkt te komen. De kleding voor deze medewerker is snel nodig, want morgen is zijn eerste werkdag.  Binnen een minuut schakel jij met Logistiek, vind jij het antwoord en bel jij de klant terug: duidelijk, vriendelijk, concreet. Hij waardeert jouw snelheid, dat hoor jij meteen aan de toon.

In de mailbox verschijnt een berichtje van een Duitse klant. Een korte, eenvoudige vraag over inloggen in de KMS-omgeving. Jij typt een antwoord terug in basis-Duits; geen enkel probleem. Even later reageer jij in het Engels op een leverancier waarmee jij hebt gesproken over beschikbaarheid van zorgjasjes. Taalmomentjes die jouw dag net iets internationaler maken, maar nooit de hoofdmoot zijn.

Klantgericht oplossen

Dan open jij de klacht van gisteren. Jij leest, analyseert, schakelt. Het bleek een miscommunicatie tussen twee afdelingen, menselijk en oplosbaar. Jij legt helder uit wat er is gebeurd en wat jullie doen om het recht te zetten. De klant reageert opgelucht. Jij hebt het professioneel en klantgericht opgepakt, precies zoals het hoort.

Pauze & lachen

Tijdens de lunch schuif jij aan bij jouw collega’s of jij gooit pijltjes op het dartbord. De sfeer is ontspannen, met humor en korte lijnen, iedereen kent elkaar, iedereen helpt elkaar. Er wordt gelachen, soms hard. Het is één van de redenen waarom jij hier werkt.

Middag: tempo en variatie

Na de pauze werk jij jouw taken bij en merkt dat er ruimte is om een proces slimmer te maken. Jij stuurt jouw voorstel door, klein idee, grote impact.

Dan komt Sales binnenlopen met een snelle vraag: een klant heeft direct informatie nodig voor een spoedbeslissing. Jij duikt erin, zoekt uit wat nodig is en binnen een kwartier staat er een helder en compleet antwoord klaar. Dat tempo? Dat ligt jou.

De afronding

Aan het eind van de middag kijk jij naar jouw bijgewerkte CRM, belt nog met een klant om te verifiëren of de offerte is goede order is ontvangen, werkt nieuwe prijsafspraken administratief bij en kijkt alvast naar de openstaande punten voor morgen. Jij zet nog één taak klaar en sluit jouw computer af. Het voelt goed, jij hebt klanten geholpen, collega’s ontzorgd, kansen gezien en processen beter gemaakt.

Als jij richting de uitgang loopt, zwaait een collega. “Tot morgen!”
En jij denkt: ja, morgen weer zo’n dag, precies zoals jij het wilt.